
FAQ - veelgestelde vragen
Lasapparatuur moet droog en stofvrij worden opgeslagen om corrosie en storingen te voorkomen. Bewaar de lasmachine in zijn originele doos of een geventileerde kast, en dek het af als het in een garage staat. Houd lasdraat in gesloten verpakking om bescherming tegen vocht te bieden.
Het is mogelijk, maar vereist extra voorzorgsmaatregelen. Bij temperaturen onder vijf graden Celsius kan de laswerk kwaliteit verslechteren en wordt de gevulde draad stijver. Gebruik een windicht scherm en warm het werkgebied indien mogelijk op. Vermijd lassen in regen of sneeuw, aangezien vocht het risico op elektrische schok en slechte laswerk kwaliteit verhoogt.
Gebruikte lasdraadrestanten, slakken en metaalschroot moeten op je plaatselijke milieustraat als metaalachteruitval worden afgegeven. Lege containers met ontvettingsmiddel of aceton moeten als gevaarlijk afval worden afgegeven. Volg altijd de aanwijzingen van je gemeente voor juiste scheiding.


