In 2010 werden werknemers die een door de werkgever betaalde internetregeling ontvingen, belast met een multimedia belasting. De belasting maakte deel uit van een totaalpakket dat ook gratis telefoon en andere digitale diensten kon omvatten. Dit kwam omdat de Belastingdienst een dergelijke internetregeling beschouwde als onderdeel van het salaris of een personeelsvoordeel. De multimedia belasting moest dus de waarde van dit voordeel weerspiegelen.
De belasting voor alleen een internetregeling was vastgesteld op 289 EUR per jaar. Dit bedrag werd opgeteld bij het totale belastbare inkomen van de werknemer. Het was echter belangrijk op te merken dat als de werknemer een totaalpakket met meerdere multimedia diensten ontving, de belasting kon oplopen tot 385 EUR per jaar. Dit onderscheid tussen meerdere diensten en een enkele dienst zoals internet was belangrijk, omdat het de totale belastingdruk beïnvloedde.
Het doel van de multimedia belasting was om de belastingheffing eerlijker te maken en in overeenstemming met de waarde van de goederen en voordelen die werknemers konden ontvangen. Het was een stap weg van eerder, waar dergelijke diensten vaak belastingvrij werden aangeboden. Tegelijkertijd veroorzaakte deze belasting ook enige discussie, aangezien sommigen het beschouwden als een onredelijke extra belasting op digitale werkplek infrastructuur, die in veel gevallen noodzakelijk was om het werk uit te voeren.